Watersnoodramp: een terugblik na 60 jaar

Wij duikers gaan graag naar Zeeland. De Oosterschelde is een geweldig mooi en uniek duikgebied. Bovendien hebben de Zeeuwse eilanden altijd net wat meer zon en het regent altijd net wat korter. Een bezoekje Zeeland voelt daarom vaak aan als een kleine vakantie.

Maar dit jaar 60 jaar geleden was Zeeland het toneel van één van de grootste rampen die Nederland ooit getroffen heeft. De watersnoodramp van 1953 heeft een bepalende rol gespeeld in hoe Zeeland er vandaag de dag uitziet. Ook de Zeeuwse onderwaterwereld was na 1953 niet meer hetzelfde. Door menselijk ingrijpen veranderde getijdestroming, zoutgehalte en kustlijn. Iets om ook als duiker na 60 jaar toch even bij stil te staan.

In de nacht van zaterdag 31 januari op zondag 1 februari 1953 zorgt een ongelukkige meteorologische combinatie voor grootschalige overstromingen op de Zeeuwse eilanden, in West-Brabant en Zuid-Holland. Die zondagochtend wordt om 5.00 uur springtij – ook wel giertij genoemd – verwacht. Er woedt tegelijkertijd een noordwesterstorm met een kracht van 11 tot 12 Beaufort.

Bij die windrichting werkt de Noordzee als een trechter die het water naar het zuiden toe extra opstuwt. Omdat de Zeeuwse zeearmen in die tijd nog in open verbinding met zee staan, perst die watermassa zich ‘s nachts het Hollandsch Diep, de Grevelingen en Oosterschelde in. Om 2.00 uur ’s nachts begint het water over de dijken en de vloedplanken te stromen. Om 3.00 uur blijken de dijken niet bestand tegen het recordtij dat de natuur die nacht voor ze in petto heeft. Het water staat wel drie meter hoger dan bij een normale vloed. De dijk beginnen het te begeven.

De hoogste waterstand wordt die nacht gemeten bij de kop van Schouwen-Duiveland, dus niet ver van camping Klaverweide waar wij tweemaal per jaar onze tent opzetten. Maar ook verder landinwaarts is het raak. Bij de duikstek Zoetersbout/Zijpe komt het stuwende water uit de Grevelingen het stuwende water van de Oosterschelde tegen. Het water stijgt daar tot een recordhoogte van 4,5 meter boven NAP.

Tegenover Zoetersbout/Zijp ligt de duikstek Anna Jacobapolder waar Onderwaterbos ook wel eens duikt. Op de oude luchtfoto van deze mooie duikstek zijn de duikdoorbraken die volgenden op dat hoge water duidelijk te zien.

De hulpverlening komt moeilijk op gang. Er zijn natuurlijk geen mobiele telefoons en internet bestaat nog niet.
Tussen middernacht en 8.00 uur ’s ochtends zijn er in die tijd bijvoorbeeld ook geen radio-uitzendingen. Mensen worden verrast in hun slaap en hele dorpen spoelen in één keer weg. Die nacht verdrinken zo’n 1800 mensen en het grootste deel van de veestapel laat het leven. Daarnaast verliezen 100.000 mensen huis en haard. De telexberichten die op die zondagochtend langzaam op nieuwsredacties in de rest van Nederland binnenkomen, blijven vaak lang ongelezen. Het is immers zondag en dan werkt er niemand.

Als het weer eb is, komt plaatselijk de hulpverlening op gang. Maar veel mensen moeten lijdzaam toezien hoe ’s avonds de vloed weer terugkomt. Mensen vluchten de daken op. Maar de huizen zijn verzwakt en vele gebouwen storten alsnog in. En voor velen zal het nog tot dinsdag 3 februari duren voordat de echte hulpverlening op gang komt met vliegtuigen, voedsel-droppings, militairen en dergelijke. Op donderdag 5 februari is eindelijk iedereen geëvacueerd. Dan kan begonnen worden aan de geweldige klus van het herstellen van dijken en huizen, het begraven van de doden, de afvoer van vee kadavers en het schoonmaken van huizen, akkers en weilanden. Het Zeeuwse land en water dat wij zo graag bezoeken, ontstaat uit deze puinhopen.

Wil je meer weten over deze gebeurtenis? Ga dan eens langs bij het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk. Het museum is gevestigd in oude caissons die op 6 november 1953 gebruikt zijn om het laatste gat in de dijken te dichten. Het museum is meer dan een bezoekje waard! Kijk op www.watersnoosmuseum.nl voor meer informatie. Bekijk de foto’s bij dit verhaal op groter formaat in het fotoalbum.